Deel II – Beeldvorming

Echografie is een techniek die door het zenden van geluidsgolven structuren in het lichaam zichtbaar kan maken zoals aneurysma’s in de bloedvaten van de ledematen. Deze beeldvormende techniek is overal toepasbaar, goedkoop, patiëntvriendelijk en maakt het mogelijk om bloedvatdiameters niet-invasief te meten, en trombus in een bloedvat op te sporen. Momenteel is er geen gestandaardiseerd, echografisch protocol beschikbaar voor de beeldvorming van de ACHP. Een dergelijk protocol zou wereldwijde uniforme beeldvorming van de ACHP mogelijk maken. Bovendien is het zo dat de beeldvorming wordt bemoeilijkt door de complexe lokale anatomie, zoals de soms nabijgelegen oorsprong van de, en sterk op de ACHP gelijkende, Arteria brachialis profunda (ABP). Daarom kunnen evidence based aanbevelingen en instructies voor beeldvorming van de ACHP helpen bij een accurate echografische beoordeling.

Hoofdstuk 6 – Het SPI-US protocol voor echografische beeldvorming van de ACHP
In hoofdstuk 6 presenteren we een gestandaardiseerd 4-staps protocol voor echografische beeldvorming en beoordeling van de proximale ACHP: het Shoulder PCHA pathology and digital Ischemia – UltraSound (SPI-US) protocol. Internationale standaardisatie van beeldvorming van de ACHP zal bijdragen aan gerichte en nauwkeurige echografische beoordeling.

Gerelateerde artikelen:
– van de Pol D, Maas M, Terpstra A, Pannekoek-Hekman M, Kuijer PPFM, Planken RN. B- mode ultrasound assessment of the Posterior Circumflex Humeral Artery – the SPI-US protocol: a technical procedure in 4 steps Journal of Ultrasound in Medicine. 2016 May;35(5):1015-20. – link

Hoofdstuk 7 – Betrouwbaarheid van het SPI-US protocol
Voordat het SPI-US protocol kan worden gebruikt voor ACHP beeldvorming moet de betrouwbaarheid worden bepaald. In hoofdstuk 7 testen we de betrouwbaarheid van het SPI-US protocol voor ACHP en ABP bloedvat-diameter bepaling. Bij 32 gezonde vrijwilligers werd door twee ervaren vaatlaboranten onafhankelijk van elkaar de diameter van de ACHP en ABP bepaald met behulp van het SPI-US protocol. De resultaten laten zien dat het SPI-US protocol accurate, precieze en vaatlaborantonafhankelijke diameter bepaling van de ACHP (ICC 0,70; 95%BI 0,50-0,83) en ABP (ICC 0,60; 95%BI 0,30-0,80) mogelijk maakt. Bovendien is de Minimaal Waarneembare Verandering (MWV) van 0,90 mm zo klein dat het SPI-US protocol bruikbaar is voor opsporing van ACHP aneurysma’s. Dit protocol maakt het mogelijk om zowel in een klinische setting, als bij periodiek preventief medisch onderzoek op locatie, ACHP letsel te detecteren.

Gerelateerde artikelen:
van de Pol D, Alaeikhanehshir S, Kuijer PPFM, Terpstra A, Pannekoek-Hekman M, Planken RN, Maas M. Reproducibility of the SPI-US protocol for ultrasound diameter measurements of the Posterior Circumflex Humeral Artery and Deep Brachial Artery: an inter-rater reliability study. European Radiology. 2016 Aug;26(8):2455-61. – link

Hoofdstuk 8 – Aneurysma prevalentie en vaatkarakteristieken ACHP en ABP
Het eerste doel van hoofdstuk 8 was om de prevalentie van ACHP aneurysma’s in de dominante schouder bij topvolleyballers te bepalen. De tweede doelstelling was om de anatomie, het aftakkingspatroon, het beloop en de diameters van de ACHP en ABP te beschrijven. Bij 280 topzaal- en topbeachvolleyballers werden de ACHP en ABP in de dominante schouder onderzocht met behulp van het SPI-US protocol. De ACHP werd in 100% van de gevallen gevonden in de okselplooi. Een aneurysma van de proximale ACHP werd gevonden bij 13 van de 280 topvolleyballers (4,6%) en bleek gerelateerd aan een specifiek aftakkingstype, namelijk een ACHP die rechtstreeks van de bovenarmslagader aftakt. De ACHP bleek in 81% (228/280) van de gevallen direct uit de bovenarmslagader te ontspringen, en vertoonde in 93% (211/228) van deze gevallen een gekromd verloop naar achteren (dorsaal) richting de opperarmbeenkop (caput humeri). De gemiddelde diameter van de ACHP was 3,8 mm (95%BI 3,7-3,9) bij mannen en 3,5 mm (95%BI 3,3-3,7) bij vrouwen. De ABP werd in 93% (260/280) van de gevallen gevonden in de okselplooi, allen zonder aneurysma’s. De ABP bleek in 73% (190/260) van deze gevallen direct uit de bovenarmslagader te ontspringen, en vertoonde in 93% (177/190) van deze gevallen een recht verloop parallel aan de bovenarmslagader. De gemiddelde diameter van de ABP was 2,3 mm (95%BI 2,2-2,3) bij mannen en 3,5 mm (95%BI 3,3-3,7) bij vrouwen. De beschreven vaatkarakteristieken en diameters kunnen worden gebruikt om accurate echografische identificatie en beoordeling van de ACHP en ABP te vergemakkelijken. De hoge prevalentie van gevonden ACHP aneurysma’s bij topvolleyballers vraagt om actief beleid op het gebied van periodiek preventief medisch onderzoek.

Gerelateerde artikelen:
– van de Pol D, Maas M, Terpstra A, Pannekoek-Hekman M, Alaeikhanehshir S, Kuijer PPFM, Planken RN. Ultrasound assessment of the Posterior Circumflex Humeral Artery in elite volleyball players: aneurysm prevalence, anatomy, branching pattern and vessel characteristics. European Radiology. 2017 Mar;27(3):889-898.– link